Berichten

Aankondiging Landelijke Sterrenkijkdagen 2018

Landelijke Sterrenkijkdagen

Tijdens de 42-ste Landelijke Sterrenkijkdagen 2018 is de Dwingeloo Radiotelescoop op vrijdag 23 februari en zaterdag 24 februari beide avonden van 19:00 tot 22:00 uur geopend.

Locatie: De Dwingeloo Radiotelescoop staat in een storingsvrije zone midden in het Nationaal Park Dwingelderveld bij de ASTRON/JIVE gebouwen aan de Oude Hoogeveensedijk 4 in Dwingeloo. De radiotelescoop is uitstekend met de fiets te bereiken. Met de auto is de telescoop bereikbaar door vanaf Dwingeloo of Lhee de borden ASTRON/JIVE te volgen tot de parkeerplaats van Staatsbosbeheer aan de Oude Hoogeveensedijk waar de storingsvrije zone begint. Vanaf daar is het nog ongeveer 10 minuten lopen naar de radiotelescoop. Mobiele telefoons moeten in de storingsvrije zone uitgeschakeld of in vliegtuigstand. Neem ’s avonds voor het gemak een zaklantaarn mee.

U hoeft zich niet op te geven voor het bezoeken van een of meer activiteiten.

Avondprogramma (19:00-22:00 uur)

  • Bij helder weer en zodra het donker is sterrenkijken door echte telescopen.
  • Rondleiding en demonstratie radiotelescoop.
  • Op onregelmatige basis aantal 15-minuten lezingen in het Mullerhuis (bungalow).

Toegang radiotelescoop € 2,- per volwassen bezoeker en € 1,- voor jeugd.

Mullerhuis en buitenterrein: alle activiteiten daar zijn gratis.

Programma in de radiotelescoop: Bewolkt of niet, radiogolven gaan altijd door de wolken heen. De CAMRAS-vrijwilligers zullen diverse demonstraties geven met de radiotelescoop.

Korte lezingen in het Mullerhuis: Over waarom deze radiotelescoop hier in Dwingeloo staat, het astronomisch onderzoek dat met deze radiotelescoop is gedaan en wat CAMRAS nu met de radiotelescoop uitvoert.

Buitenprogramma: Het is ’s avonds goed donker op het Dwingelderveld. Bij onbewolkt weer staan er sterrenkijkers buiten waardoor bezoekers naar de maan, planeten en sterren kunnen kijken.

Wat is er buiten te zien als het helder is?

Van de wassende maan zien we een sikkel die van dag tot dag duidelijk breder wordt. In de telescoop is te zien dat de maan bedekt is met kraters. Ook is duidelijk te zien dat zij zich in de opvolgende nachten boven het sterrenbeeld Orion langs naar het oosten beweegt.

Het sterrenbeeld Orion staat in het zuiden. De mythologische jager wordt op zijn tocht langs de hemel gevolgd door twee honden, in de vorm van de sterrenbeelden Grote Hond (Canis Major) en Kleine Hond (Canis Minor). In het ‘Zwaard’ van Orion is in de telescoop een vaag oplichtende wolk te zien, waarvan we door professioneel onderzoek weten dat erin zich duizenden sterren aan het vormen zijn: het een ware ‘kraamkamer’ van sterren.

De meeste planeten zullen we vergeefs zoeken; die hebben zich ‘verstopt’ in de buurt van de zon of zijn alleen aan de ochtenhemel te zien. De uitzondering is de planeet Uranus, die vroeg in de avond in het zuid-westen te vinden is. De sterrenkijkdagen zijn een uitgezochte gelegenheid deze blauwgroene planeet, al waargenomen in de oudheid, maar pas als planeet herkend in 1783, eens met eigen ogen te zien. Uranus is ongeveer 15 maal zo zwaar als de aarde. Zijn blauwgroene kleur wordt veroorzaakt door methaan (aardgas?) in de atmosfeer.

In een telescoop zijn ook melkwegstelsels buiten het onze te zien, zoals de bekende Andromedanevel en de Driehoeknevel. Door de grote afstand van de Andromedanenevel zien we het gezamenlijke licht van de meer dan 100 miljard sterren (zonnen) nog maar als een vage ovale lichtende vlek. Naast melkwegstelsels zijn onder meer ook bolvormige sterrenconcentraties (bolhopen) en gasnevels met donkere stofwolken te zien.

De zuidelijke sterrenhemel rond 21 uur. (Wil Tirion)

Landelijke Sterrenkijkdagen 2017

Tekst: Ard Hartsuijker en Frans de Jong

Aansluitend op de Donateursdag 2017 was CAMRAS op de avond van 4 maart 2017 open wegens deelname aan de Landelijke Sterrenkijkdagen. Het aantal bezoekers bedroeg ruim 80 personen waarvan ongeveer een kwart zeer jong was.

Het bijzondere van CAMRAS is dat het programma in de radiotelescoop altijd doorgaat of het nu bewolkt is of niet. Immers, radiogolven gaan altijd door de wolken heen. Roy Smits verzorgde een mooie demonstratie met uitleg van een pulsar en besteedde veel aandacht aan de jonge bezoekers.

Een aantal CAMRAS-vrijwilligers had sterrenkijkers meegenomen voor als het helder zou zijn. Nog voor het eigenlijke begin van de sterrenkijkavond was de Maan mooi zichtbaar door de opkomende sluiernevels, maar planeten en sterren en nevels in de Melkweg waren in het geheel niet zichtbaar. Frans de Jong heeft de vroegste bezoekers nog laten genieten van de kraters op de Maan zoals die zichtbaar waren door zijn telescoop. Omdat het later te nevelig was om nog iets zinnigs te maken van die grote lichtvlek aan de hemel heeft Frans voor geïnteresseerde bezoekers duidelijk gemaakt waarvoor een zoeker met kruisdraden dient. En dat de opening (diameter) van de kijker bepaalt hoeveel licht er binnen komt. Dat is bij een telescoopdiameter van 12,5 centimeter dus veel meer licht dan de menselijke pupil opvangt. Daarom kunnen er zulke lichtzwakke objecten bekeken worden als nevels. Als voorbeeld gebruikte Frans de weermast die in het donker niet meer te ontwaren was, maar tegen een lichtzwak schijnsel van de achtergrond(lucht) waren de windvaan en het molentje voor de windsnelheid zeer goed te zien door zijn telescoop.

Ard Hartsuijker verzorgde de hele avond 15 minuten-lezingen in het Mullerhuis over waarom deze radiotelescoop hier in Dwingeloo staat, het astronomisch onderzoek dat met deze radiotelescoop is gedaan en wat CAMRAS nu met de radiotelescoop uitvoert. Aan het begin van de avond waren zijn lezingen en plaatjes afgestemd op de jongste bezoekers.

Ook tijdens de sterrenkijkavond bleek de Foodtruck Total More een gouden greep waar goed gebruik van werd gemaakt door diverse families met kinderen en andere bezoekers.

Jupiter en de Zon waarnemen met een kortegolf radio

Om eenvoudig de Zon en Jupiter te kunnen waarnemen heeft NASA een project genaamd ‘Radio JOVE‘. Voor dat project verkoopt NASA een bouwpakket voor een ontvanger en de antennes. De bedoeling van het project is dat bijvoorbeeld scholen heel laagdrempelig zelf radioastronomie kunnen bedrijven.

De antenne voor de Zon is een enkele afgestemde halve golf dipool. Met een gecombineerde opstelling worden twee dipool-antennes samen gekoppeld met twee coaxkabels die elektrisch gezien exact een halve golflengte lang zijn.  Via het tussenkoppelen van een extra 135 graden of 90 graden fase vertragingskabeltje worden de antennes elektrisch gezien in de richting en hoogte verstelbaar gemaakt. Ook de fysieke masthoogte wordt zo nodig aangepast, waardoor het rendement van de antenne ruim verdubbelt ten opzichte van een enkele dipool. Voor de Jupiter-waarnemingen wordt de laatste antenne aanbevolen.

Bij CAMRAS hebben Erik van der Toom en ik bedacht dat het interessant is om een soortgelijke Radio JOVE opstelling te bouwen. Tijdens de sterrenkijkdagen stellen we  optische kijkers op, om naar Jupiter te kijken. Het zou dan heel interessant zijn om tegelijkertijd te kunnen luisteren naar de radiosignalen. Zo kunnen we het publiek een kijkje te geven in de fascinerende wereld van de (radio)astronomie. Het is een mooie demonstratie van wat er zoal mogelijk is met heel  eenvoudige middelen. De antennes zijn gemaakt van standaard materialen uit de bouwmarkt, de ontvanger is een zogenaamde RTL-SDR dongle met een zogenaamde up-converter om de lage kortegolffrequenties hoorbaar te kunnen maken. Een willekeurige AM kortegolfontvanger waarvan de AGC (automatische sterkte regeling) uitgeschakeld kan worden voldoet ook.

Voor het project van NASA worden bouwpakketten verkocht waarin de onderdelen aanwezig zijn om zelf een ontvanger te bouwen en de bedrading voor de dipool antennes inclusief de coaxkabels. De masten waar de antennes tussen worden opgehangen bestaan in ons geval uit glasfiber delen van 1,30 meter lang, die in elkaar gestoken worden tot de gewenste hoogte. Door het leger werden deze gebruikt voor camouflage netten. Ook hier geldt weer dat in principe iedere willekeurige mast van voldoende hoogte gebruikt kan worden. NASA adviseert de antennes op 4,92 meter (15 ft) hoogte te hangen om een voor onze breedte graad gunstige elevatiehoek te hebben van ongeveer 40 graden. Onze opstelling is 4,90 meter hoog doordat van genoemde vier mastdelen drie elk 10 cm in elkaar steken.

De declinatie van Jupiter varieert van 23,5 graden zuid tot 23,5 graden noord gedurende een 12-jarige cyclus, waarbij de ene periode waarnemers op het noordelijke halfrond in het voordeel zijn en de andere periode waarnemers op het zuidelijke halfrond. De afstand tussen de beide planeten varieert ook met de tijd omdat de omloopbanen van beiden elliptisch zijn. Gelukkig is in 2016 de declinatie van Jupiter nog net gunstig genoeg voor ons halfrond. Bovendien staat Jupiter op 8 maart het dichtste bij de aarde. Als de ionosfeer ‘s avonds rustig is, waardoor de signalen van rond 20 MHz niet terug de ruimte in gereflecteerd worden, dan moet het mogelijk zijn Jupiter met onze antennes te ontvangen.

De signalen worden onderverdeeld in zogenaamde: S-Bursts en L-Bursts. Hierbij staat de S voor ‘short’ en L voor ‘long’. De eerste klinken als een soort kraken, de laatste kunnen worden vergeleken met het geluid van de branding.

Resultaten

Op zaterdag 12 maart 2016 tijdens de landelijke sterrenkijkdagen hebben we bovengenoemde configuratie opgesteld en uitgetest. Overdag was de ionosfeer zoals verwacht actief en konden zendamateurs uit de hele wereld worden ontvangen rond 21 MHz. Vanaf ’s avonds acht uur werden de eerste ‘S Bursts’ signalen van Jupiter ontvangen, terwijl de planeet toen nog laag aan de hemel stond en bovendien een eindje uit de voorkeurs richting van de antenne, die voornamelijk naar het zuiden richtte. Later in de avond was Jupiter hoger aan de hemel en ook meer naar het zuiden gedraaid en daardoor vol in de bundel van de antenne. Achteraf gezien hadden we beter de antenne wat meer richting het oosten kunnen opstellen om eerder in de avond, toen er meer bezoekers waren, wat betere ontvangstresultaten te hebben. De reden dat we dat niet hadden gedaan was dat de DT in die richting in de weg stond en ik persoonlijk ook niet had verwacht bij de lagere elevaties überhaupt iets te kunnen horen.

Desalniettemin was het ook eerder in de avond hoorbaar en ook toen het signaal later sterker was moest er bovendien nog steeds aan het publiek worden uitgelegd wat er te horen was. De signalen waren niet erg sterk en de amplitude verschillen ook niet zo groot, zodat mensen die niet zo bekend zijn met het luisteren op de kortegolf wellicht in bijna alle gevallen slechts ‘ruis’ hoorden.  Daarom heb ik regelmatig korte tijd het verschil laten horen tussen de ruis op de waarneem frequentie 20,1 MHz en de veel vlakkere en zachtere ruis op 30 MHz waar Jupiter niet te horen was. Dit kon de meesten overtuigen, zo leek het in ieder geval. Van de waarneming heb ik meerdere audio opnames gemaakt die het programma GQRX in wav formaat opslaat.

Bij een volgende keer zou het mogelijk grafisch nog duidelijker en beter kunnen door het programma SpectrumLab te gebruiken op een Windows laptop. Het door mij gebruikte programma GQRX heeft wel een ‘waterval display’ maar toch wat minder geavanceerd als die van SpectrumLab.

Simon demonstreert de synchrotronopstelling

Simon demonstreert de Jupiter synchrotron en Meteor scatter opstelling

Foto’s: CAMRAS (Harry Keizer)