Constructie van spiegel en toren

Opvallend aan de constructie zijn:

  • de spiegel met focusbox en vierpoot;
  • de toren waarin de spiegel hangt met bedieningshuis en railbaan.

Spiegel en antenne

Spiegel van gaas

De spiegel of reflector bestaat uit metaalgaas dat zo nauwkeurig mogelijk de vorm van een parabool volgt. De spiegel heeft een diameter van 25 meter, een komdiepte van 3,25 meter en een brandpuntsafstand van 12 meter. Het oppervlak van de spiegel is ruim 500 vierkante meter.

Het metaalgaas zit in 372 driehoekige ramen die met behulp van 211 stelschroeven vastzitten aan een schaalvormig frame van draagbalken. Die constructie geeft de spiegel de benodigde verwringingsstijfheid.

Bij de bouw is metaalgaas met een maaswijdte van 16 millimeter en dikte van 1,5 millimeter gebruikt. De ideale paraboolvorm van de spiegel kon tot op 3 millimeter nauwkeurig worden ingesteld. Om de radiogolven goed te laten reflecteren tegen de spiegel is het gaas vertind. Met deze spiegel was de radiotelescoop geschikt voor het waarnemen op 21 centimeter en langere golflengtes.

Het gaasoppervlak is in 1969 vernieuwd met voorgevormde roestvrijstalen gaasramen en roestvrijstaal gaas met maaswijdte 8 millimeter en dikte 0,8 millimeter om de afwijking van de paraboolvorm binnen 1 millimeter te houden. Daarmee werd de radiotelescoop geschikt gemaakt voor het waarnemen op golflengtes van ongeveer 10 centimeter en langer.

Paddenstoelen

De zogenaamde paddenstoelen of stelschroeven (in jargon: pedestals) zijn metalen plaatjes die met een instelbare schroefverbinding vastzitten aan de draagbalken. Op een stelplaatje komen steeds 6 gaasramen samen. Door deze constructie kon de ideale paraboolvorm zo goed mogelijk benaderd worden zonder al teveel ondersteuningspunten te hoeven maken.

Antenne en focusbox

In het brandpunt van de spiegel bevinden zich de antennes en een deel van de ontvangapparatuur. Bij de bouw waren deze bevestigd aan een centrale mast, een aluminium buis van 15 cm middellijn. Om bij de antenne en ontvanger te komen was de mast kantelbaar vanuit het centrum van de reflector. Met drie tuidraden werd de mast op zijn plaats gehouden.

Door nieuwe ontwikkelingen werd de ontvangapparatuur in het frontend steeds zwaarder, van circa 25 tot circa 150 kilogram. Daarom is in 1961 de antennemast vervangen door een driepoot constructie. De onderste twee poten waren draaibaar aan de spiegel gemonteerd. Met behulp van een lier kon de driepoot naar beneden gelaten worden, zodat het frontend vlak boven de grond kwam en apparatuur kon worden gerepareerd of vervangen.

Met het gebruik van frontends met koelapparatuur werden de frontends zo zwaar dat de driepoot hiervoor niet meer geschikt was. In 1974 is de driepoot vervangen door een vaste vierpootconstructie met focusbox. Deze was ook beter geschikt voor het frontend van de nieuwe zonne-ontvanger. Met een daarvoor aangeschafte heftoren naast de telescoop kon men bij de ontvangers en antennes in de focusbox komen.

Bij de bouw was het gewicht van de spiegel inclusief draagbalken, contragewichten en antennemast ongeveer 25 ton. Met het andere gaas, de vierpoot en focusbox is het gewicht toegenomen tot ruim 35 ton.

Toren en railbaan

Toren en bedieningshuis

De toren is een 15 meter hoge constructie in vakwerkvorm met bordessen, trappen en bedieningshuis. Bovenin de toren zitten twee assen waaraan de spiegel hangt en in verticale richting (hoogte) kan bewegen. De typische snavelvorm aan de bovenzijde is nodig om de spiegel in horizontale stand te kunnen brengen.

De toren staat op een vierkant frame met zijden van 11,7 meter. Op de vier hoekpunten van het onderframe zijn loopwielen van 80 centimeter middellijn aangebracht.

Het bedieningshuis onderin de toren draait met de telescoop mee en bevindt zich altijd achter de spiegel. Dit laatste waarborgt een maximale afscherming van het frontend voor eventuele storingen door apparatuur in het huisje. Het bedieningshuis heeft drie ruimtes: de waarneemruimte, de machinekamer en een werkruimte.

Fundament en railbaan

Toren en spiegel samen zijn draaibaar om een verticale centrale as (de spil) over een horizontale cirkelvormige railbaan met een middellijn van circa 16 meter. Railbaan en spil staan op een zwaar betonnen fundament in de vorm van een kegel. Het zwaartepunt van de gehele telescoop ligt op de verticale as.

Bij de bouw was het gewicht van de gehele radiotelescoop (toren met bedieningshuis en spiegel) 120 ton. Elk wiel draagt 15 ton. De spil in het centrum van het onderframe draagt de resterende 60 ton. Met alle veranderingen aangebracht in de loop van jaren is het totaalgewicht nu ruim 130 ton.

Spil

De hele radiotelescoop draait om de spil heen. De spil heeft kabeldoorvoer. De elektravoorziening van de telescoop gaat met sleepringcontacten die vastzitten aan de spil. De kabeldoorvoer werd verder niet gebruikt en daardoor kon de telescoop in principe onbeperkt in dezelfde richting ronddraaien. Vanaf het eind van de jaren zestig zijn er coax- en ander kabels door de spil aangelegd. Om te voorkomen dat die kabels kapot draaien kan de radiotelescoop vanaf die tijd niet meer dan anderhalf rondje in de ene of de andere richting draaien.